ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8217
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- Ch. de Vrey
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens zelfstandige werkzaamheden van meer dan bescheiden omvang
Gedaagde ontving sinds 1981 een bijstandsuitkering die in 1997 werd omgezet naar een uitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Naar aanleiding van een anonieme tip werd een onderzoek ingesteld waaruit bleek dat gedaagde voltijds werkzaamheden verrichtte in de stalhouderij van zijn vader. Op basis hiervan beëindigde de gemeente Rotterdam de bijstandsuitkering per 1 september 1997.
De rechtbank had het besluit vernietigd en de gemeente opgedragen een nieuwe beslissing te nemen, met een voorlopige voorziening die de uitkering tijdelijk in stand hield. De gemeente ging in hoger beroep en voerde aan dat gedaagde als zelfstandige werkte en niet reëel beschikbaar was voor de arbeidsmarkt, waardoor geen recht op bijstand bestond.
De Raad overwoog dat werkzaamheden als zelfstandige van meer dan bescheiden omvang uitsluiten dat iemand als werkloze werknemer wordt aangemerkt. Uit verklaringen van gedaagde bleek dat hij voltijds en zelfstandig werkte, met een eigen bedrijf, eigen contracten en inkomsten. De Raad achtte het aannemelijk dat gedaagde niet de intentie had om door arbeid in loondienst in het bestaan te voorzien en niet reëel beschikbaar was voor de arbeidsmarkt.
Daarom oordeelde de Raad dat de bijstandsuitkering terecht was beëindigd en vernietigde het eerdere vonnis van de rechtbank. Het beroep van gedaagde werd ongegrond verklaard en de gemeente mocht het besluit handhaven.
Uitkomst: De bijstandsuitkering van gedaagde is terecht beëindigd wegens voltijdse zelfstandige werkzaamheden.