ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering na daling arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving uitkeringen op grond van de AAW en WAO vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, na uitval met psychische klachten in 1992. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) trok deze uitkeringen per 29 januari 1996 in, omdat volgens medisch en arbeidskundig oordeel de arbeidsongeschiktheid was gedaald tot onder 15%.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het medische rapport van psychiater Frijns, dat appellant als psychisch beperkt belastbaar beschouwde maar geen belemmering voor stressbeperkt werk aannam, doorslaggevend was. Het door appellant aangevoerde tegenrapport werd als zeer voorlopig beoordeeld en ondersteunde eveneens gedeeltelijke belastbaarheid.
Daarnaast verwierp de Raad het verzoek van appellant om een onafhankelijke deskundige, omdat zijn persoonlijke opvatting niet met nieuwe gegevens was onderbouwd. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde eveneens, omdat loongerelateerde uitkeringen verschillen in salaris weerspiegelen en dus geen gelijke gevallen betreffen. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen wegens daling van de arbeidsongeschiktheid onder 15%.