ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8397
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- F.P. Zwart
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onderhoudsbijdragen en kinderbijslag bij tijdelijk verblijf kind in het buitenland
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen uitspraken van de rechtbank Haarlem over de weigering van kinderbijslag voor zijn dochter C over diverse kwartalen in 1994 en 1995. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) verklaart zich onbevoegd ten aanzien van hoger beroep tegen een uitspraak ex artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Tevens verklaart de Raad appellant niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen een andere uitspraak van de rechtbank.
De Raad vernietigt het besluit van 9 september 1998 waarbij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) bezwaar tegen een nadere beslissing op kinderbijslag had afgewezen, omdat de SVB niet bevoegd was dit bezwaar te behandelen. Het geschil betreft de vraag of appellant voldoende heeft aangetoond dat hij in belangrijke mate heeft bijgedragen in het onderhoud van zijn dochter tijdens haar tijdelijke verblijf in Suriname.
De Raad oordeelt dat onvoldoende bewijs is geleverd dat contante bedragen zijn betaald en dat telefoonkosten onvoldoende specifiek zijn om als onderhoudsbewijs te gelden. De Raad stelt dat de SVB onvoldoende heeft gemotiveerd waarom reiskosten van en naar Suriname uitsluitend aan het kwartaal van betaling kunnen worden toegerekend, terwijl vooraf bekend was dat het verblijf circa een jaar zou duren en kosten tweemaal gemaakt moesten worden.
De Raad vernietigt het besluit over de kinderbijslag voor het eerste en tweede kwartaal van 1995 en beveelt een nieuwe beslissing. Tevens veroordeelt de Raad de SVB in de proceskosten en bepaalt dat griffierechten worden vergoed.
Uitkomst: De Raad verklaart zich onbevoegd voor hoger beroep tegen uitspraak 8:88 Awb, vernietigt een besluit over kinderbijslag wegens onvoldoende motivering van toerekening reiskosten en veroordeelt gedaagde in proceskosten.