ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8661
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J.W. Schuttel
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde AAW/WAO-uitkeringen wegens niet gemelde inkomsten uit BV-activiteiten
Appellant, directeur en enig aandeelhouder van drie besloten vennootschappen (BV-en), ontving AAW/WAO-uitkeringen die door het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) werden gekort en uiteindelijk ingetrokken. Dit vanwege het standpunt dat de werkzaamheden van appellant in de BV-en als inkomensvormende activiteiten moesten worden beschouwd, waarbij de aan appellant toe te rekenen inkomsten werden gesteld op de gerealiseerde winst in deze BV-en.
Appellant voerde bezwaar aan tegen deze kortingen en terugvorderingen, maar de Raad stelde vast dat appellant niet tijdig en volledig heeft voldaan aan zijn informatieplicht. De Raad vond de eerdere verklaringen van appellant tijdens opsporingsonderzoek en de beschikbare gegevens voldoende betrouwbaar om het standpunt van Lisv te ondersteunen.
De Raad oordeelde dat de werkzaamheden van appellant, ondanks het ontbreken van een salaris, indirect tot verrijking leidden via de winst in de BV-en. Hierdoor waren de kortingen en intrekking van de uitkeringen gerechtvaardigd. Tevens werd de terugvordering van onverschuldigde uitkeringen over de periode 1988-1993 bevestigd, waarbij de Raad aannam dat appellant de relevante correspondentie had ontvangen.
De Raad verwierp het beroep van appellant en bevestigde het bestreden besluit, waarbij geen aanleiding werd gezien om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigde AAW/WAO-uitkeringen wegens niet gemelde inkomsten uit BV-activiteiten.