ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- F.P. Zwart
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over toestemmingsvereiste naturastelsel en vrij verkeer van diensten in EU
Appellanten A en C hebben medische behandelingen in Duitsland en België ondergaan zonder voorafgaande toestemming van hun Nederlandse ziekenfondsen, OZ en ZAO, die de vergoeding van de kosten weigerden. De behandelingen betroffen respectievelijk een tandheelkundige rehabilitatie en een arthroscopie met ulnaverkorting. De ziekenfondsen beriepen zich op het naturastelsel dat verzekerden aanspraak geeft op zorg in natura via gecontracteerde zorgverleners, met een toestemmingsvereiste voor zorg buiten het contract.
De rechtbank en de commissie voor beroepszaken van de Ziekenfondsraad oordeelden dat de behandelingen niet spoedeisend waren en dat de toestemming terecht was geweigerd. In hoger beroep stelde de Raad voor de Rechtspraak prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de vraag of het toestemmingsvereiste in strijd is met de artikelen 49 en 50 van het EG-Verdrag (nu 56 en 57 VWEU) betreffende het vrije verkeer van diensten.
De Raad erkent dat het naturastelsel en het contractenstelsel binnen de beleidsvrijheid van lidstaten vallen, maar ziet mogelijke belemmeringen voor het vrije verkeer van diensten door het toestemmingsvereiste. De Raad vraagt het Hof om te beoordelen of deze regeling onverenigbaar is met het EU-recht en of rechtvaardigingsgronden zoals volksgezondheid en financieel evenwicht van het sociale zekerheidsstelsel een uitzondering kunnen vormen. De verdere behandeling van de zaken wordt aangehouden tot het arrest van het Hof van Justitie.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep houdt de behandeling aan en legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de verenigbaarheid van het toestemmingsvereiste met het vrije verkeer van diensten.