ECLI:NL:CRVB:2000:AA5886
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- W.D.M. van Diepenbeek
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid functies bij herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) heeft de arbeidsongeschiktheidsuitkering van gedaagde per 18 december 1995 herzien en vastgesteld op een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Dit besluit werd vernietigd door de rechtbank, waarna Lisv hoger beroep instelde.
De Raad overwoog dat de medische beperkingen zoals vastgesteld door de verzekeringsgeneeskundige juist waren, maar dat twee van de vier functies - kwekerijmedewerker en printplaatmonteur - niet passend waren vanwege onvoldoende onderbouwde overschrijdingen van de belastbaarheid. De geautomatiseerde voorselectie van functies kan overschrijdingen bevatten, maar een nadere beoordeling moet adequaat gemotiveerd zijn.
De toelichtingen van de verzekeringsgeneeskundige over de overschrijdingen werden door de Raad onvoldoende geacht, vooral omdat het niet duidelijk was hoe de overschrijdingen in de praktijk gemitigeerd konden worden. Hierdoor voldeed de schatting niet aan het vereiste dat deze op ten minste drie functies moet zijn gebaseerd.
De Raad bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en veroordeelde Lisv tot vergoeding van proceskosten aan gedaagde. Het besluit tot herziening van de uitkering kon niet in stand blijven vanwege strijd met het motiveringsvereiste van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de geschiktheid van functies.