ECLI:NL:CRVB:2000:AA6937
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van reorganisatieontslag en toepasselijkheid sociaal statuut bij gemeenteambtenaar
Appellant was werkzaam als hoofd van de afdeling gemeentewerken en commandant van de vrijwillige brandweer bij de gemeente X. Na een reorganisatie in 1992 werd het secretariemodel vervangen door een sectorenmodel, waarbij appellant niet werd benoemd tot sectormanager Ontwikkeling en Beheer. Diverse plaatsingsbesluiten werden ingetrokken en appellant werd uiteindelijk ontslagen per 1 oktober 1995 op grond van artikel 8:8 van Pro de CAR/UWO.
De rechtbank had het ontslag op grond van artikel 8:8 CAR Pro/UWO vernietigd, omdat het ontslag beter als reorganisatieontslag moest worden aangemerkt. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het ontslag inderdaad op het sociaal statuut gebaseerd had moeten worden, omdat de problematiek voortvloeide uit de reorganisatie en het sociaal statuut nog van kracht was. De Raad bevestigt dat ontslag op grond van het sociaal statuut ook zonder instemming van appellant mogelijk is in uitzonderlijke gevallen.
Daarnaast oordeelt de Raad dat de functie van commandant van de vrijwillige brandweer geen ambtelijke aanstelling in de zin van het Algemeen Ambtenarenreglement was, waardoor de ontslagregels daarvoor niet van toepassing zijn. Het beroep tegen de weigering om brandweerinkomsten mee te rekenen bij de ambtsjubileumgratificatie wordt ongegrond verklaard. De Raad veroordeelt de gemeente X tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant.
Uiteindelijk vernietigt de Raad het ontslagbesluit op grond van artikel 8:8 CAR Pro/UWO, verleent alsnog reorganisatieontslag op grond van het sociaal statuut met ingang van 1 oktober 1995 en wijst een wachtgelduitkering toe overeenkomstig de voorwaarden van het sociaal statuut.
Uitkomst: Het ontslag op grond van artikel 8:8 CAR/UWO wordt vernietigd en appellant krijgt alsnog reorganisatieontslag met wachtgelduitkering op grond van het sociaal statuut.