ECLI:NL:CRVB:2000:AA7122
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- F.P. Zwart
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling verplichte volksverzekering onder voorwaarde geen arbeid in Nederland niet op rechtsgevolg gericht
Appellant, woonachtig in Nederland en ontvanger van een WAO-uitkering en een Duitse Erwerbsunfähigkeitsrente, had bij de Sociale Verzekeringsbank vrijstelling gevraagd van de verplichte verzekering ingevolge de volksverzekeringen. Deze vrijstelling werd verleend onder de voorwaarde dat appellant geen arbeid in Nederland verrichtte.
Appellant maakte bezwaar tegen deze voorwaarde, stellende dat hem hierdoor de mogelijkheid werd ontnomen om in Nederland te werken. De Sociale Verzekeringsbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank handhaafde dit besluit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de voorwaarde van geen arbeid in Nederland relevant was voor het moment van de beslissing (1 januari 1994) en dat het besluit zelf geen rechtsgevolg bevat voor toekomstige situaties waarin appellant mogelijk wel arbeid zou verrichten. Hierdoor was er geen bezwaar mogelijk tegen die toekomstige gevolgen. Het bezwaar had daarom niet-ontvankelijk verklaard moeten worden.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk en veroordeelt de Sociale Verzekeringsbank in de proceskosten van appellant. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Bezwaar tegen voorwaarde geen arbeid in Nederland wordt niet-ontvankelijk verklaard en proceskosten aan appellant toegekend.