ECLI:NL:CRVB:2000:AA7219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- J.Th. Wolleswinkel
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering aan werknemer met dienstbetrekking buiten Nederland en Zwitserse nationaliteit
Appellant, een werknemer met de Zwitserse nationaliteit, werkte vanaf april 1994 aan boord van onder Noorse vlag varende schepen. Na zijn werkloosheid op 25 juni 1997 vroeg hij een WW-uitkering aan, die door het Landelijk instituut sociale verzekeringen werd afgewezen omdat zijn dienstbetrekking buiten Nederland was en hij geen beroep kon doen op de EEG-Verordening 1408/71.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en appellant stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. Hij voerde aan dat de weigering discriminerend was op grond van nationaliteit en in strijd met diverse internationale verdragen en overeenkomsten, waaronder de EER-overeenkomst, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, en het Europees Sociaal Handvest.
De Raad oordeelde dat appellant geen beroep kan doen op de genoemde supranationale regelingen omdat hij niet de vereiste nationaliteit bezit en dat het onderscheid tussen EU/EER-onderdanen en anderen niet in strijd is met artikel 26 IVBPR Pro. Ook het beroep op het Verdrag met Noorwegen en de Overeenkomst met Zwitserland faalde omdat deze geen recht op WW-uitkering verschaffen.
De Raad concludeerde dat de afwijzing van de WW-uitkering terecht was en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen vergoeding in proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WW-uitkering aan appellant.