ECLI:NL:CRVB:2000:AA7384
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt maatregel verlaging WW-uitkering wegens schending gelijkheidsbeginsel
Appellant was werkzaam als districtsmanager bij een woningbedrijf en raakte werkloos na ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst wegens een conflict binnen het management. Aan twee van zijn collega’s werd een ongekorte WW-uitkering toegekend, terwijl aan appellant een verlaging van 70% naar 35% gedurende 26 weken werd opgelegd wegens verwijtbare werkloosheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het gelijkheidsbeginsel niet van toepassing was bij gebonden beschikkingen. In hoger beroep betwistte appellant deze uitleg en stelde dat het gelijkheidsbeginsel wel degelijk vereist dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld.
De Raad constateerde dat de drie betrokken districtskantoren niet met elkaar hadden afgestemd over de gelijke aanvragen, ondanks dat zij op de hoogte waren van de samenhang. Dit leidde tot ongelijke behandeling zonder onderbouwing. De Raad oordeelde dat hierdoor is gehandeld in strijd met het vereiste van zorgvuldige voorbereiding van besluiten volgens artikel 3:2 Awb Pro.
Omdat niet kon worden vastgesteld dat de toekenning aan de collega’s onrechtmatig was, moest appellant op dezelfde wijze worden behandeld. De Raad vernietigde het bestreden besluit en het vonnis van de rechtbank en bepaalde dat appellant recht heeft op een ongekorte WW-uitkering. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de WW-uitkering wordt vernietigd en appellant krijgt recht op een ongekorte uitkering.