ECLI:NL:CRVB:2000:AA7385
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht studenten-chauffeurs en gezagsverhouding bij tussenkomstbemiddeling
In deze zaak stond centraal of studenten-chauffeurs, die via tussenkomst van bemiddelingsbureaus (gedaagden) rijopdrachten vervulden, onder de verzekeringsplicht vielen op grond van de Ziektewet, Werkloosheidswet en Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
De rechtbank had de verzekeringsplicht verworpen omdat geen sprake was van een gezagsverhouding tussen de gedaagden en de studenten-chauffeurs. De Centrale Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat de gedragsregels en algemene voorwaarden onvoldoende specifiek en afdwingbaar waren om van werkgeversgezag te spreken. Ook de beperkte aanwijzingen over rijplaatsen en tijden wezen op het gezag van opdrachtgevers, niet van de gedaagden.
De Raad ging mee met appellant dat de persoonlijke arbeidsverrichting door de studenten-chauffeurs wel vaststond en dat de tussenkomstbepaling ruim moest worden uitgelegd. De chauffeurs werden uit vaste bestanden geselecteerd en konden niet willekeurig worden vervangen. De Raad oordeelde dat de premieplicht voor gedaagde I niet per 1 november 1996, maar per 1 januari 1997 inging vanwege organisatorische omstandigheden.
De aangevallen uitspraken werden vernietigd, de beroepen van gedaagden II en III ongegrond verklaard, en het beroep van gedaagde I deels gegrond verklaard met een aangepaste ingangsdatum van de premieplicht. Appellant werd veroordeeld in de proceskosten van gedaagde I en moest het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Geen verzekeringsplicht wegens ontbreken van werkgeversgezag, met aangepaste premieplicht ingangsdatum voor gedaagde I per 1 januari 1997.