ECLI:NL:CRVB:2000:AA7419
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- F.P. Zwart
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken relevant belang bij boete kinderbijslag
Appellante kreeg een boete van 300 gulden opgelegd wegens het niet tijdig melden van de verhuizing van haar dochter, wat invloed had op de kinderbijslag. De rechtbank stelde de boete bij tot 100 gulden en bepaalde dat de invordering nader moest worden geregeld. In hoger beroep werd de boete op grond van een gewijzigde regelgeving omgezet in een waarschuwing.
De Raad oordeelde dat appellante niet binnen vier weken de verhuizing had gemeld, wat een schending van de mededelingsplicht vormde. Echter, omdat de boete was vervangen door een waarschuwing en appellante geen aantoonbaar belang had bij het hoger beroep, werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast werd vastgesteld dat appellante recht had op vergoeding van proceskosten voor professionele rechtsbijstand, ondanks dat de gemachtigde pro deo werkte. De Sociale Verzekeringsbank werd veroordeeld tot vergoeding van deze kosten, inclusief griffierecht.
De uitspraak benadrukt de noodzaak van tijdige mededeling van wijzigingen die invloed hebben op sociale zekerheidsrechten en de voorwaarden waaronder hoger beroep ontvankelijk is. Tevens wordt het belang van vergoeding van proceskosten bij professionele rechtsbijstand erkend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een relevant belang na omzetting van de boete in een waarschuwing.