ECLI:NL:CRVB:2000:AA8248
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- F.P. Zwart
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling AOW-pensioenberekening op basis van verzekeringsduur Rijnvarenden
Appellant betwistte de berekening van zijn AOW-pensioen, dat door de Sociale Verzekeringsbank was vastgesteld op basis van 265 verzekerde dagen tussen 1968 en 1975. De rechtbank stelde in eerste aanleg het beroep tegen het oorspronkelijke besluit gegrond, maar verklaarde het beroep tegen de gewijzigde motivering ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn verzekeringsduur 4 jaar en 6,5 maanden zou moeten zijn, wat zou leiden tot een hoger pensioen. De Raad stelde vast dat op appellant de verdragen betreffende sociale zekerheid van Rijnvarenden van toepassing zijn, waardoor alleen verzekerde dagen tot 1 februari 1970 meetellen. Daarna was appellant als hulpkracht woonachtig in Duitsland en onder Duitse wetgeving vallend.
De Raad concludeerde dat appellant slechts 152 dagen verzekerd was volgens de Nederlandse wetgeving, wat resulteert in een pensioen van 2% van het wettelijke bedrag. Nadere stellingen van appellant over langere verzekeringsduur werden niet onderbouwd en verworpen. De Raad verklaarde het beroep tegen het oorspronkelijke besluit ongegrond en vernietigde de eerdere uitspraak voor zover deze anders oordeelde.
Uitkomst: Appellant heeft recht op een AOW-pensioen gebaseerd op 152 verzekerde dagen, gelijk aan 2% van het wettelijke pensioenbedrag.