ECLI:NL:CRVB:2000:AA9345
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- W.D.M. van Diepenbeek
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van medische beoordeling
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) om zijn uitkeringen op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) per 18 juni 1997 in te trekken wegens een mate van arbeidsongeschiktheid van minder dan 25% respectievelijk 15%.
De verzekeringsarts Oldenbroek-Haverkamp concludeerde na medisch onderzoek en advies van specialisten dat appellant belastbaar was voor rugsparende arbeid. De arbeidsdeskundige Schaap stelde functies vast die appellant kon vervullen met een gering inkomensverlies. Appellant voerde aan dat de arts de ernst van zijn klachten, waaronder tremor en woedeaanvallen, had onderschat en dat het besluit in strijd was met de Richtlijn medisch arbeidsongeschiktheidscriterium.
De Raad heeft de richtlijn getoetst aan de relevante wetsartikelen en jurisprudentie en oordeelde dat deze niet in strijd is met de wet. De medische gegevens boden geen aanleiding om het oordeel van de verzekeringsarts te betwijfelen, mede omdat de neuroloog en huisarts geen objectieve verklaring vonden voor het klachtenpatroon. De Raad concludeerde dat appellant op medische gronden in staat was de voorgestelde functies te vervullen en bevestigde het bestreden besluit en uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onvoldoende medische grondslag.