ECLI:NL:CRVB:2000:AA9565
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T. Hoogenboom
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten inzake herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering en weigering AAW-uitkering
Appellant, arbeidsongeschikt sinds 1972, kreeg een WAO-uitkering die in 1996 werd herzien en ingetrokken op basis van een nieuwe beoordeling van zijn arbeidsongeschiktheid. Tevens werd een AAW-uitkering geweigerd omdat zijn arbeidsongeschiktheid volgens gedaagde minder dan 25% bedroeg. Appellant maakte bezwaar en stelde hoger beroep in tegen deze besluiten.
De Raad beoordeelde de medische en arbeidskundige onderbouwing van de besluiten. Hoewel de medische beoordeling standhield, bleek de arbeidskundige grondslag onvoldoende. De functies die gedaagde selecteerde om de resterende verdiencapaciteit te bepalen, overschreden vaak de belastbaarheid van appellant, en de toelichtingen op deze overschrijdingen waren niet toereikend of inzichtelijk. Hierdoor kon de schatting van de arbeidsongeschiktheid niet worden gedragen.
De Raad vernietigde daarom zowel het besluit van 16 januari 1998 als het besluit van 11 augustus 2000 en bepaalde dat gedaagde een nieuw besluit moet nemen. Tevens werden de proceskosten aan appellant toegekend en het betaalde griffierecht vergoed. De kwestie van eventuele schadevergoeding bleef openstaan, omdat nog niet vaststaat hoe het nieuwe besluit zal luiden.
Uitkomst: De besluiten tot intrekking van de WAO-uitkering en weigering van de AAW-uitkering worden vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing.