ECLI:NL:CRVB:2000:AA9653
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Ch. de Vrey
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Weigering uitkering WW wegens niet dragen voorgeschreven bedrijfskleding
Appellant was werkzaam in een Melkert-baan als schoonmaker via Randstad en weigerde passende arbeid te aanvaarden omdat hij de voorgeschreven bedrijfskleding niet wilde dragen. Hij beriep zich op persoonlijke en psychische bezwaren tegen het dragen van het Melkert-pak, dat felle kleuren en lichtgevende vlakken bevatte.
De uitkeringsinstantie wees de WW-uitkering af op grond van verwijtbare werkloosheid omdat appellant de passende arbeid weigerde. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat de bezwaren van appellant persoonlijke opvattingen betreffen en niet gewetensbezwaren met een algemene maatschappelijke of religieuze strekking. Het dragen van bedrijfskleding wordt als een algemeen maatschappelijk gebruik beschouwd.
De Raad stelde vast dat appellant de verplichting om verwijtbare werkloosheid te voorkomen heeft overtreden en dat er geen dringende redenen waren om hiervan af te wijken. Daarom is het besluit tot weigering van de uitkering terecht. De Raad zag geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Het hoger beroep van appellant werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De uitkering ingevolge de WW wordt geweigerd omdat appellant verwijtbaar werkloos is door weigering van passende arbeid vanwege persoonlijke bezwaren tegen voorgeschreven bedrijfskleding.