ECLI:NL:CRVB:2000:AE7881
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens onwaardig gedrag tijdens oorlogsjaren
Eiser heeft in oktober 1996 een aanvraag ingediend voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van zijn verblijf in concentratiekampen sinds juli 1944. Verweerster heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiser zich tijdens de oorlogsjaren onwaardig heeft gedragen, namelijk door vrijwillig te hebben gewerkt voor Duitse instanties in Nederland, Frankrijk en Duitsland tussen 1940 en 1942.
Eiser voerde in bezwaar en beroep aan dat de feiten waarop de afwijzing was gebaseerd valselijk waren verkregen en dat hij onvoorwaardelijk buiten vervolging was gesteld door het Bijzonder Gerechtshof vanwege ongegronde verdenkingen. De Raad oordeelde echter dat de verklaringen en documenten, waaronder processen-verbaal en gegevens van het Arbeidsbureau Eindhoven, voldoende bewijs vormden dat eiser vrijwillig voor Duitse instanties heeft gewerkt.
De Raad stelde vast dat het feit dat eiser onvoorwaardelijk buiten vervolging is gesteld wegens andere verdenkingen niet afdoet aan het oordeel dat hij onwaardig heeft gehandeld in de zin van artikel 5, aanhef en onder c, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt gehandhaafd.