ECLI:NL:CRVB:2000:AE8316
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T. Hoogenboom
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak inzake intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onvoldoende mate van arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving uitkeringen op grond van de AAW en WAO, die door het bestuursorgaan op 23 mei 1995 werden ingetrokken wegens een vermeende arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% vanaf 17 november 1995. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep onder meer dat de rechtbank onrechtmatig stukken heeft geaccepteerd die te laat waren ingediend, dat nader medisch onderzoek zonder toestemming was ingesteld, en dat bij medische onderzoeken geen tolk aanwezig was terwijl appellant de Nederlandse taal onvoldoende beheerst.
De Raad oordeelde dat de rechtbank de Awb-voorschriften inzake tijdige indiening van stukken niet juist had toegepast en onvoldoende rekening had gehouden met het procesbelang van appellant. Ook was het niet toegestaan om na de zitting zonder heropening nog stukken te betrekken bij de beoordeling. De Raad vond echter geen aanleiding om het medisch onderzoek zonder tolk te verwerpen, noch om het oordeel over de mate van arbeidsongeschiktheid te herzien. De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde het bestuursorgaan in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt het bestuursorgaan in de proceskosten.