ECLI:NL:CRVB:2000:AE8535
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- D.J. van der Vos
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering tegemoetkoming woonvoorziening na voorafgaande werkzaamheden
Appellante verzocht om een tegemoetkoming in de kosten voor het verhogen van toiletpotten en het aanbrengen van douchebeugels als woonvoorziening op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (WVG). De gemeente Breda wees dit verzoek af omdat de werkzaamheden al waren uitgevoerd voordat de aanvraag werd ingediend, wat volgens artikel 2.8 van de verordening voorzieningen gehandicapten niet is toegestaan.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de aanpassingen door haar echtgenoot op eigen initiatief en kosten waren aangebracht en dat zij pas later op de hoogte raakte van de toepasselijke regels. De Raad oordeelde echter dat de betreffende bepaling dwingend recht is en dat onbekendheid met de verordening geen reden is om daarvan af te wijken.
De Raad stelde vast dat de gemeente op de gebruikelijke wijze algemene voorlichting gaf over de WVG en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.