ECLI:NL:CRVB:2000:AE8538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht organist op grond van arbeidsovereenkomst
Appellante betwistte de verzekeringsplicht van haar organist over de jaren 1991 tot en met 1995, omdat volgens haar geen sprake was van een gezagsverhouding en dus geen arbeidsovereenkomst. Gedaagde handhaafde de verzekeringsplicht op grond van artikel 3 van Pro de sociale-werknemersverzekeringswetten.
De rechtbank stelde gedaagde in het gelijk en oordeelde dat er wel degelijk een gezagsverhouding bestond, mede gelet op de professionele aard van de parochie en het feitelijke gezag van de pastoor over werktijden, repertoire en toezicht. De Raad onderschrijft dit oordeel en benadrukt dat de organist persoonlijk en als deskundige zijn werkzaamheden verrichtte, met een vaste vervanger bij verhindering.
Appellante voerde aan dat er geen sturing of sancties mogelijk waren en dat de organist vervangbaar was, waardoor geen sprake kon zijn van een arbeidsovereenkomst. De Raad oordeelt echter dat er wel degelijk sprake is van een gezagsrelatie en dat de afspraken over werktijden en repertoire, alsmede de mogelijkheid tot toezicht en sancties, dit bevestigen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart de organist verzekeringsplichtig op grond van een arbeidsovereenkomst over de jaren 1991 tot en met 1995.
Uitkomst: De verzekeringsplicht van de organist wordt bevestigd op grond van het bestaan van een arbeidsovereenkomst over de jaren 1991 tot en met 1995.