ECLI:NL:CRVB:2000:AE8570
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H. Bolt
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens ondeugdelijke arbeidskundige grondslag
Appellant, die sinds 1988 een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving vanwege lage rugklachten, kreeg deze in 1996 ingetrokken omdat de mate van arbeidsongeschiktheid volgens het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) was gedaald tot onder 15%. De intrekking was gebaseerd op een arbeidskundig rapport waarin functies met ploegendiensttoeslagen werden gebruikt om de verdiencapaciteit te bepalen.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens procedurele tekortkomingen, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep betwist appellant de realiteitswaarde van de gehanteerde aanvangssalarissen, met name de toepassing van functies met toeslagen voor afwijkende arbeidstijden, terwijl in zijn eigen functie geen dergelijke toeslagen waren opgenomen.
De Centrale Raad oordeelt dat het Schattingsbesluit voorschrijft dat functies met toeslagen voor afwijkende arbeidstijden slechts mogen worden gebruikt als die toeslagen ook in het maatmaninkomen zijn verwerkt of als geen andere functies beschikbaar zijn. In dit geval is onvoldoende aangetoond dat geen geschikte dagdienstfuncties zonder toeslagen beschikbaar waren, waardoor de schatting ondeugdelijk is.
De Raad vernietigt het bestreden besluit volledig, wijst het hoger beroep toe, en veroordeelt Lisv tot vergoeding van de proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep, alsmede het griffierecht. De Raad corrigeert ook de door de rechtbank toegepaste wegingsfactor voor de proceskostenvergoeding naar een factor 1 vanwege het gemiddelde gewicht van de zaak.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt vernietigd wegens ondeugdelijke arbeidskundige grondslag.