ECLI:NL:CRVB:2000:AE8615
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing zelfstandigheidsverklaring voor waarneming tandarts
Appellante, werkzaam als tandarts, verzocht om een zelfstandigheidsverklaring voor waarneming, welke door het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) werd geweigerd. De verklaring is bedoeld voor waarnemers die tijdelijk en zelfstandig (para)medische werkzaamheden verrichten ter vervanging van een opdrachtgever. Appellante werkte echter langdurig en structureel bij meerdere opdrachtgevers, waardoor niet voldaan werd aan het vereiste tijdelijkheidselement.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel. De Raad benadrukt dat de zelfstandigheidsverklaring alleen kan worden afgegeven indien de werkzaamheden als waarneming in de zin van het convenant kunnen worden gekwalificeerd. Het ontbreken van een tijdelijk karakter en het feit dat appellante al eerder een verklaring had ontvangen, leidt niet tot een recht op hernieuwde afgifte zonder nieuw onderzoek.
De Raad concludeert dat appellante niet voldoet aan de absolute en aanvullende voorwaarden voor het verkrijgen van een zelfstandigheidsverklaring. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de zelfstandigheidsverklaring bevestigd.