ECLI:NL:CRVB:2000:AE8684
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- T. Hoogenboom
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onvoldoende arbeidskundige grondslag
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) had de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen van gedaagde ingetrokken op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de arbeidskundige onderbouwing onvoldoende was en gedaagde niet passend was ingedeeld in deeltijdfuncties.
In hoger beroep stelde appellant dat het voldoende was voltijdse functies aan te bieden die gedaagde in deeltijd kon vervullen, en verwees naar vaste jurisprudentie. Gedaagde voerde aan dat haar medische beperkingen waren onderschat. De Raad toetste de medische component en vond geen reden tot afwijking van de rechtbank.
De Raad oordeelde dat de functies inderdaad geschikt konden zijn, maar dat appellant bij de vaststelling van het maatmaninkomen was uitgegaan van onjuiste feitelijke gegevens, omdat gedaagde ook als naaister werkte. Hierdoor was de mate van arbeidsongeschiktheid niet juist vastgesteld.
De Raad bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de proceskosten van gedaagde. Het besluit tot intrekking van de uitkering werd vernietigd wegens een onvoldoende arbeidskundige grondslag en onjuiste feitenvaststelling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit tot intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering vanwege onvoldoende arbeidskundige grondslag en onjuiste vaststelling van het maatmaninkomen.