ECLI:NL:CRVB:2000:AE9277
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering nabestaanden- en halfwezenuitkering op grond van Algemene nabestaandenwet
Appellante voerde sinds november 1989 een ongehuwde gezamenlijke huishouding met de overledene, met wie zij twee kinderen had. Na het overlijden van de partner in oktober 1995 vroeg zij uitkeringen aan op grond van de per 1 juli 1996 in werking getreden Algemene nabestaandenwet (Anw). Deze aanvragen werden afgewezen omdat de overledene ten tijde van overlijden niet verzekerd was onder de Anw.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. Appellante stelde dat de kinderen ongelijk werden behandeld ten opzichte van kinderen van ouders die wel Anw-verzekerd waren, wat volgens haar in strijd was met internationale verdragen.
De Raad overwoog dat de Anw het recht op uitkering koppelt aan de verzekeringsstatus van de overledene en dat de wijzigingen van de Anw alleen gelden voor overlijdens vanaf 1 juli 1996. Voor overlijdens daarvoor blijft het regime van de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW) van kracht, waarbij een wettig huwelijk vereist is. De Raad achtte het tijdsgebonden onderscheid niet onrechtmatig en wees het beroep af.
De uitspraak benadrukt dat discriminatieverboden niet beogen bescherming te bieden tegen nadelen die voortkomen uit wetswijzigingen met terugwerkende kracht. De Raad zag geen grond om de weigering van de uitkering ongedaan te maken en bevestigde de eerdere uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de nabestaanden- en halfwezenuitkering wordt bevestigd.