ECLI:NL:CRVB:2000:AO8637
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de omzetting van een WAO-conforme uitkering naar een WAO-uitkering en de rechtsgevolgen daarvan
In deze zaak gaat het om de vraag of een ongedateerde brief van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv), verzonden ter uitvoering van artikel 36, eerste lid, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen (Woow), kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Appellant, die op 31 december 1997 recht had op een WAO-conforme uitkering, ontving in januari 1998 een brief waarin hem werd meegedeeld dat zijn uitkering was omgezet naar een WAO-uitkering. Appellant heeft hiertegen bezwaar gemaakt, maar dit werd ongegrond verklaard door de rechtbank. Hij heeft hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep heeft de zaak behandeld en vastgesteld dat de brief van het Lisv inderdaad een besluit bevatte, omdat deze was gericht op rechtsgevolg en publiekrechtelijke rechtshandelingen inhield. De Raad oordeelt dat de omzetting van de WAO-conforme uitkering naar een WAO-uitkering terecht heeft plaatsgevonden. Appellant had geen gronden gevonden die de Raad deden twijfelen aan de rechtmatigheid van het besluit, noch dat het in strijd was met het EVRM. De Raad benadrukt dat de vraag of appellant in 1994 terecht arbeidsongeschikt was verklaard niet aan de orde was in deze procedure.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en concludeert dat het hoger beroep van appellant niet kan slagen. Er zijn geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer, waarbij de voorzitter en twee leden aanwezig waren, en is openbaar uitgesproken op 27 januari 2000.