ECLI:NL:CRVB:2000:BA9696
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep over uitkeringsberekening en proceskosten in WW-zaak
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht over de vaststelling van zijn uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW), met name over achterstallig salaris, vakantietoeslag en niet opgenomen vakantiedagen.
De Raad stelde vast dat gedaagde, het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv), na een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen een bedrag ter waarde van 2,5 vakantiedagen aan appellant had nabetaald, waardoor het hoger beroep op dat punt niet-ontvankelijk werd verklaard. Verder oordeelde de Raad dat de door gedaagde gehanteerde berekeningswijze van het salaris over de periode 1 tot en met 7 juli 1996 correct was en dat de vakantietoeslag conform de wettelijke bepalingen was berekend.
Appellants verzoek tot vergoeding van gederfde inkomsten wegens het bijwonen van zittingen werd afgewezen, maar reiskosten werden wel toegekend. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank voor het overige en veroordeelde gedaagde tot vergoeding van proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk voor niet-genoten vakantiedagen, rest bevestigd, gedaagde veroordeeld tot proceskostenvergoeding.