ECLI:NL:CRVB:2000:BJ7407
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tenuitvoerlegging voorwaardelijk strafontslag wegens werkweigering ambtenaar
Appellant, een ambtenaar bij de gemeente Beuningen, werd op 15 februari 1996 gestraft wegens plichtsverzuim door herhaaldelijke weigering zijn functie als consulent welzijnszaken te vervullen. Na bezwaar handhaafde de gemeente dit besluit en gaf een laatste mogelijkheid tot werkhervatting op 6 mei 1996. Appellant verscheen niet op het werk en meldde zich ook niet ziek.
De bedrijfsarts stelde op 23 mei 1996 vast dat er geen medische belemmeringen waren voor werkhervatting in een passende functie. Ondanks herhaalde sommatie en kennisname van dit oordeel, weigerde appellant alsnog te werken en meldde zich niet ziek. De gemeente legde daarom het voorwaardelijk strafontslag per 1 juni 1996 ten uitvoer.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, wat door de Centrale Raad van Beroep werd bevestigd. De Raad oordeelde dat appellant zich opnieuw schuldig had gemaakt aan werkweigering en dat het voorwaardelijk ontslag en de salarisinhouding proportioneel waren. Er was geen aanleiding voor schadevergoeding of toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
De uitspraak bevestigt dat binnen een reorganisatie een weigering om een passende functie te aanvaarden als plichtsverzuim kan worden aangemerkt, zeker indien geen medische belemmeringen bestaan en de ambtenaar zich niet ziek meldt.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafontslag wordt bevestigd.