ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H. Bolt
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering ondanks afwijkend arbeidspatroon appellant
Appellant, voormalig 1e stuurman/kapitein, kreeg zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering herzien van een mate van 80-100% naar 35-45% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze herziening ongegrond. Appellant stelde dat zijn maatmanarbeid, met vaste werktijden van 12 uur op en 12 uur af gedurende vijf weken, niet gelijkgesteld kan worden met reguliere ploegendiensten die avond-, nacht- en weekenddiensten omvatten.
De Raad overwoog dat de arbeidsdeskundige geen beperkingen aannam ten aanzien van ploegendienst en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt niet in staat te zijn tot ploegendienst. De Raad stelde vast dat de functies waarop de resterende verdiencapaciteit was gebaseerd, ploegendiensten met toeslagen omvatten, terwijl het maatmaninkomen van appellant geen toeslag voor afwijkende arbeidstijden bevatte.
Gezien het specifieke patroon van appellant, waarbij hij vijf weken 84 uur per week werkte gevolgd door vijf weken thuis, achtte de Raad het gerechtvaardigd om functies met ploegendienst als referentie te gebruiken. Dit voorkomt een kennelijk onredelijk resultaat en sluit aan bij de doelstelling van het Schattingsbesluit om een reële resterende verdiencapaciteit vast te stellen.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en zag geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Partijen waren niet verschenen bij de zitting, en de Raad nam de feiten over uit de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt bevestigd ondanks het afwijkende arbeidspatroon van appellant.