ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8790
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen weigering rechtsgevolgen ontslagbesluit in stand te laten
De zaak betreft een hoger beroep van het bestuur van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen tegen een uitspraak van de rechtbank Middelburg die het beroep van A tegen ontslagbesluiten gegrond verklaarde en de bestreden besluiten vernietigde. Na vernietiging van de bestreden besluiten heeft appellant het oorspronkelijke ontslagbesluit herroepen en een nieuw ontslagbesluit genomen met een latere ingangsdatum.
Het hoger beroep richt zich niet tegen de vernietiging van de bestreden besluiten, maar tegen de weigering van de rechtbank om de rechtsgevolgen van die besluiten in stand te laten. De Centrale Raad overweegt dat het nieuwe ontslagbesluit geen wijzigingsbesluit is dat op grond van artikel 6:19 Awb Pro bij het geding in hoger beroep betrokken kan worden, omdat het niet ter uitvoering van de aangevallen uitspraak is genomen.
Omdat appellant het oorspronkelijke besluit onvoorwaardelijk heeft herroepen en vervangen door een nieuw besluit dat niet onderdeel uitmaakt van het hoger beroep, is het belang bij het hoger beroep komen te vervallen. De Raad verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk en veroordeelt appellant in de proceskosten van gedaagde. Tevens wijst de Raad erop dat het beroep van gedaagde tegen het nieuwe ontslagbesluit door de rechtbank moet worden behandeld als bezwaar.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang bij appellant.