ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8828
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurder buitenlandse vennootschap voor sociale verzekeringspremies
Appellante was directeur van een in het buitenland opgerichte vennootschap die sociale verzekeringspremies niet heeft voldaan. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) stelde appellante hoofdelijk aansprakelijk op grond van artikel 16c van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV).
De rechtbank had de primaire aansprakelijkstelling verworpen omdat niet was vastgesteld dat appellante feitelijk leiding gaf, maar de subsidiaire aansprakelijkheid op grond van het niet volledig rechtsbevoegd zijn van de buitenlandse vennootschap wel aangenomen. In hoger beroep was alleen de subsidiaire grond nog in geschil.
De Raad oordeelde dat niet alle buitenlandse rechtspersonen automatisch onder deze bepaling vallen en dat de rechtsbevoegdheid moet worden beoordeeld op basis van het toepasselijke buitenlandse recht en de feiten. Omdat Lisv geen onderzoek had gedaan naar de rechtsbevoegdheid van de vennootschap, kon de aansprakelijkheid niet worden gebaseerd op artikel 16c, eerste lid, letter c, CSV.
Daarom vernietigde de Raad de eerdere uitspraak en het bestreden besluit, en gelastte Lisv het door appellante betaalde griffierecht te vergoeden. Proceskosten werden niet toegewezen wegens gebrek aan grondslag.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de eerdere uitspraak en het bestreden besluit wegens onvoldoende onderzoek naar de rechtsbevoegdheid van de buitenlandse vennootschap.