ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8860
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens grove schuld bij onjuiste premieafdracht sociale verzekeringen
Appellante, een onderneming, kreeg een boete opgelegd wegens het niet correct opgeven van loonbetalingen aan de bedrijfsvereniging, wat leidde tot onjuiste afdracht van sociale verzekeringspremies. Na een looncontrole over de jaren 1990-1993 stelde het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) vast dat appellante verzuimd had het voordeel uit kortingen en andere beloningen correct te bruteren en op te geven.
De boete werd opgelegd op grond van de Coördinatiewet Sociale Verzekering en het Besluit Administratieve Boeten Coördinatiewet, waarbij sprake werd geacht van grove schuld omdat appellante wist of behoorde te weten dat premies verschuldigd waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de boete onterecht was vanwege overschrijding van termijnen, onvoldoende motivering en het ontbreken van opzet of grove schuld.
De Raad oordeelde dat de termijnoverschrijding niet zodanig was dat de boete verviel en dat de motivering in de brief van 21 juni 1995 voldeed aan de eisen van het EVRM. Tevens werd de stelling dat er geen sprake was van opzet of grove schuld verworpen, mede gelet op de toelichting bij het ABC-besluit. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en de opgelegde boete.
Uitkomst: De opgelegde boete wegens grove schuld bij onjuiste premieafdracht wordt bevestigd.