ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8932
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Beoordeling nalaten passende arbeid te aanvaarden onder Werkloosheidswet
De zaak betreft een geschil tussen het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) en gedaagde over het al dan niet aanvaarden van passende arbeid onder de Werkloosheidswet (WW). Gedaagde ontving sinds februari 1995 een WW-uitkering en werd op 21 augustus 1996 passend werk aangeboden als onderhoudsschilder, dat zij niet heeft aanvaard.
Appellant stelde dat gedaagde hierdoor haar verplichtingen onder artikel 24 WW Pro heeft geschonden en legde een blijvende gehele weigering van de uitkering op. De rechtbank had dit besluit vernietigd, stellende dat gedaagde pas vanaf 26 augustus 1996 had kunnen worden verweten het werk niet te aanvaarden.
De Raad stelt vast dat gedaagde het werk op 21 augustus 1996 had kunnen en moeten aanvaarden en dat haar privéomstandigheden geen rechtvaardiging vormen voor het nalaten hiervan. De mogelijkheid om de uitkering tijdelijk te verlagen tot 35% is niet van toepassing volgens artikel 27 lid 2 WW Pro. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De blijvende gehele weigering van de WW-uitkering vanaf 21 augustus 1996 wordt bevestigd.