ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8991
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- Ch. de Vrey
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens ontbreken woonplaats in gemeente Mierlo
Appellante had een bijstandsuitkering die door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Mierlo per 1 januari 1997 werd beëindigd wegens het ontbreken van haar woonplaats in die gemeente, zoals bedoeld in artikel 63 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw). Tevens werd een bedrag van ten onrechte betaalde bijstand over 1996 teruggevorderd. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar dit werd ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de terugvordering niet-ontvankelijk, maar vernietigde het terugvorderingsbesluit. Het beroep tegen de beëindiging van de uitkering werd ongegrond verklaard. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad overwoog dat het begrip woonplaats in artikel 63 Abw Pro moet worden beoordeeld aan de hand van feitelijke omstandigheden, conform het woonplaatsbegrip in het Burgerlijk Wetboek. Uit onderzoek bleek dat appellante sinds anderhalf jaar niet meer in de gemeente Mierlo woonde, maar feitelijk verbleef op een ander adres. Het huisbezoek bevestigde het ontbreken van feitelijke bewoning in de gemeente Mierlo.
De Raad oordeelde dat appellante daardoor geen recht op bijstand had van de gemeente Mierlo en dat de terugwerkende intrekking van de uitkering geen strijd opleverde met het rechtszekerheidsbeginsel. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsuitkering van appellante werd terecht beëindigd wegens het ontbreken van haar woonplaats in de gemeente Mierlo.