ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9043
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- W.D.M. Van Diepenbeek
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over intrekking AAW-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) trok bij besluit van 27 december 1994 de AAW-uitkering van gedaagde in, omdat zij meende dat de arbeidsongeschiktheid was gedaald tot minder dan 25%. De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde tegen deze intrekking gegrond en vernietigde het besluit. Lisv stelde hiertegen hoger beroep in.
De Centrale Raad van Beroep onderzocht de medische situatie van gedaagde, die diabetes mellitus met hypoglycemieën heeft, en beoordeelde of zij de voor haar geselecteerde functies kon vervullen. De Raad concludeerde dat gedaagde met haar beperkingen in staat was om arbeid te verrichten binnen de geselecteerde functies, ondanks de aard en frequentie van haar hypoglycemieën.
De Raad oordeelde verder dat het ziekteverzuim door hypoglycemieën niet zodanig excessief was dat een werkgever redelijkerwijs niet van hem kon worden verlangd gedaagde aan te nemen. Ook het feit dat collega's alert moeten zijn en hulp moeten bieden, vormde geen belemmering.
Op grond van deze overwegingen vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van gedaagde ongegrond. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van gedaagde ongegrond, waarmee de intrekking van de AAW-uitkering wordt bevestigd.