ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9082
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- N.J. van Vulpen-Grootjams
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering bijzondere bijstand voor particuliere kinderopvang
Appellante, die deels werkte en een bijstandsuitkering ontving, vroeg bijzondere bijstand voor de kosten van particuliere kinderopvang voor haar dochter. De gemeente Rotterdam verleende aanvankelijk bijzondere bijstand, maar weigerde deze later omdat appellante zich niet wilde inschrijven bij gesubsidieerde kinderopvang. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij zich had kunnen inschrijven bij gesubsidieerde opvang en dat de gemeente redelijk had gehandeld.
In hoger beroep stelde appellante dat door wachtlijsten geen beroep op gesubsidieerde opvang mogelijk was en dat haar dochter moeilijk opvoedbaar was, waardoor inschrijving niet redelijk was. De Raad oordeelde dat het besluit onjuist op de oude Algemene Bijstandswet (ABW) was gebaseerd, omdat de nieuwe wetgeving (Abw en Iw) van toepassing was. Daarom werd het besluit en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De Raad achtte echter de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat appellante zich niet inschreef voor gesubsidieerde opvang terwijl dit redelijkerwijs van haar verlangd kon worden. De Raad vond dat de gemeente terecht voorwaarden aan de bijstand kon verbinden en de bijzondere bijstand mocht weigeren zonder strijd met wettelijke of algemene rechtsbeginselen. Appellante maakte niet aannemelijk dat gesubsidieerde opvang inadequaat was.
De Raad veroordeelde de gemeente tot betaling van proceskosten aan appellante en bepaalde dat het gestorte griffierecht aan haar werd vergoed.
Uitkomst: Het besluit van de gemeente Rotterdam wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; de gemeente wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan appellante.