ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9163
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht op grond van privaatrechtelijke dienstbetrekking in ziektewetzaak
Appellant, werkzaam als chauffeur via een uitzendbureau bij een transportonderneming, betwistte zijn verzekeringsplicht op grond van het bestaan van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. De Raad onderzocht of appellant zijn werkzaamheden persoonlijk moest verrichten en of er sprake was van een gezagsverhouding.
De Raad oordeelde dat appellant verplicht was de werkzaamheden zelf uit te voeren en dat hij per uur werd betaald, wat wijst op loonbetalingsverplichting. Daarnaast was appellant tot november 1998 afhankelijk van de vergunningen van de transportonderneming, wat een gezagsverhouding impliceert.
Gelet op deze feiten bevestigde de Raad het besluit dat appellant verzekeringsplichtig is op grond van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant als werknemer in een privaatrechtelijke dienstbetrekking werkzaam was en verzekeringsplichtig is volgens de Ziektewet.