ECLI:NL:CRVB:2001:AB1655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonbestanddeel bedieningsgeld bij vaststelling dagloon voor sociale zekerheidsuitkeringen
Appellanten, allen passagiersbedienden bij een rederij, ontvingen loon bestaande uit zeegage en walgage, waarbij het bedieningsgeld werd uitgekeerd als een percentage van de omzet uit consumptieartikelen. Gedaagde stelde dat het verschil tussen zeegage inclusief bedieningsgeld en walgage als een niet-loonfooi moest worden aangemerkt, wat gevolgen had voor de premies en de vaststelling van het dagloon voor uitkeringen.
De rechtbank had dit standpunt gevolgd, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraken en de besluiten van gedaagde. De Raad oordeelt dat het bedieningsgeld een loonbestanddeel is dat direct verband houdt met de werkzaamheden van appellanten en niet kan worden aangemerkt als een fooi of prestatie van derden.
De Raad baseert dit oordeel op de Coördinatiewet Sociale Verzekering, het Fooienbesluit en het Bijzonder Dagloonbesluit IWS, waarbij het bedieningsgeld niet onder de uitzonderingen valt. De Raad wijst ook op jurisprudentie waarin vergelijkbare situaties zijn beoordeeld en concludeert dat het standpunt van gedaagde niet wordt ondersteund.
De besluiten die het dagloon verlaagden op basis van het standpunt van gedaagde worden vernietigd. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en dient het griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het bedieningsgeld wordt als loonbestanddeel beschouwd en de verlaging van het dagloon wordt vernietigd.