ECLI:NL:CRVB:2001:AB1662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op WW-uitkering bij werkzaamheden aan eigen boot
In deze zaak gaat het om de vraag of gedaagde, die tijdens zijn WW-uitkering fulltime aan de bouw van een eigen boot werkte, nog aanspraak kon maken op de uitkering. De rechtbank had geoordeeld dat de werkzaamheden niet voldeden aan de criteria voor het verliezen van de werknemerstatus, omdat het bouwen van de boot een hobby zou zijn zonder bedrijfsmatig karakter en zonder vermogensopbouw.
De Centrale Raad van Beroep stelt echter vast dat de aard en omvang van de werkzaamheden zodanig zijn dat deze niet als hobby kunnen worden aangemerkt. Gedaagde werkte bijna fulltime aan de boot, gebruikte een schuur zonder huur te betalen en had al aanzienlijke investeringen gedaan. De Raad concludeert dat gedaagde arbeid verrichtte uit hoofde waarvan hij niet langer als werknemer in de zin van de WW kan worden beschouwd, waardoor het recht op uitkering eindigt.
Verder oordeelt de Raad dat de terugvorderingsbesluiten van onverschuldigd betaalde uitkeringen rechtmatig zijn. De terugvordering is gebaseerd op artikel 36, eerste lid, onder a, van de WW en het feit dat sprake is van toedoen. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van appellant gegrond.
Uitkomst: Het recht op WW-uitkering van gedaagde eindigt per 1 februari 1996 en de terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkeringen wordt bevestigd.