ECLI:NL:CRVB:2001:AB1681
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- F.P. Zwart
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens niet-aantonen onderhoudsbijdrage vierde kwartaal 1996
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank waarin werd geweigerd kinderbijslag toe te kennen voor het vierde kwartaal van 1996 voor haar kinderen die op kostschool in Marokko verbleven. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De kern van het geschil betreft de onderhoudsbijdrage die appellante moest leveren om recht te hebben op kinderbijslag. Volgens de geldende regelgeving moest zij minimaal f 740 per kind per kwartaal bijdragen, en het inkomen van de kinderen mocht niet hoger zijn dan f 3.193 per kwartaal. Appellante stelde dat zij betalingen had gedaan aan tijdelijke verzorgers van de kinderen, maar kon dit niet op een controleerbare wijze aantonen.
De Raad overwoog dat de meest voor de hand liggende wijze van bewijsvoering is dat betalingen direct aan de verzorger worden gedaan via bank of giro. Appellante had echter betalingen gedaan aan een neef die het geld aan een verzorger zou hebben overhandigd, zonder dat dit controleerbaar was. Bovendien was zij niet tijdig geïnformeerd over de wijziging van de verzorger, waardoor geen controleerbare betalingen konden worden vastgesteld.
De Raad concludeerde dat appellante niet voldeed aan de voorwaarden voor het recht op kinderbijslag en dat de weigering van de Sociale Verzekeringsbank terecht was. Ook werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag wegens het niet aannemelijk maken van de vereiste onderhoudsbijdrage.