ECLI:NL:CRVB:2001:AB1691
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen op besluit over overhevelingstoeslag na faillissement
Appellant had een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontvangen, waarvan een deel was verrekend wegens een vordering van zijn failliete werkgever wegens ten onrechte betaalde overhevelingstoeslag. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar trok dit bezwaar in. Andere werknemers handhaafden hun bezwaar en kregen later alsnog betaling van de verrekende bedragen na een arrest van de Hoge Raad.
Appellant verzocht vervolgens om terug te komen op het eerdere besluit, maar dit verzoek werd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een andere beslissing rechtvaardigden. De brief waarop appellant zich beroept, was gericht aan een andere groep ex-werknemers en kon niet als grond voor gelijke behandeling gelden.
De Raad oordeelde dat het risico van een onjuiste rechtsopvatting in een onherroepelijk besluit voor rekening van de betrokkene blijft, zeker omdat appellant zijn bezwaar had ingetrokken en daarmee de mogelijkheid tot heroverweging had laten liggen. Het gelijkheidsbeginsel stond het besluit niet in de weg omdat de situatie van appellant niet vergelijkbaar was met die van zijn ex-collega’s.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee het beroep van appellant ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het verzoek om terug te komen op het besluit wordt afgewezen.