ECLI:NL:CRVB:2001:AB1699
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- L.H. Vogt
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de afgifte van een zelfstandigheidsverklaring voor waarnemers in de (para)medische sector
In deze zaak gaat het om de afgifte van een zelfstandigheidsverklaring aan een waarnemer in de (para)medische sector. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (appellant) heeft de bezwaren van de gedaagde, een fysiotherapeut, tegen een eerder besluit ongegrond verklaard. De rechtbank te Rotterdam heeft dit besluit echter vernietigd, wat leidde tot hoger beroep door de appellant. De Raad voor de Rechtspraak heeft de zaak behandeld op 11 januari 2001, waarbij de appellant werd vertegenwoordigd door mr. J.H. Landwehr en de gedaagde in persoon aanwezig was.
De Raad overweegt dat de zelfstandigheidsverklaring van belang is voor de toepassing van sociale werknemersverzekeringswetten. De rechtbank had eerder geoordeeld dat de afgifte van een zelfstandigheidsverklaring geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is, omdat er geen rechten of plichten tussen partijen ontstaan zonder een concrete arbeidsrelatie. De Raad is het hier niet mee eens en stelt dat de zelfstandigheidsverklaring wel degelijk een publiekrechtelijke rechtshandeling is, waarbij het belang van de aanvrager direct betrokken is.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug naar de arrondissementsrechtbank te Rotterdam voor verdere behandeling. De uitspraak benadrukt dat een (para)medicus die een zelfstandigheidsverklaring wil verkrijgen, aan specifieke voorwaarden moet voldoen, waaronder inschrijving als zelfstandige waarnemer en het hebben van een aansprakelijkheidsverzekering. De uitspraak heeft belangrijke implicaties voor de beoordeling van zelfstandigheid in de (para)medische sector en de toepassing van sociale verzekeringswetten.