ECLI:NL:CRVB:2001:AB1704
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep over samenloop zwangerschapsverlof en vakantieverlof in onderwijs
De zaak betreft een geschil tussen het College van burgemeester en wethouders van Lelystad en een onderwijzeres over het recht op compensatie van vakantieverlof dat samenviel met zwangerschaps- en bevallingsverlof. De rechtbank had eerder geoordeeld dat het ontbreken van een compensatieregeling in het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (RpbO) tot directe discriminatie van vrouwen leidt en het bestreden besluit vernietigd.
In hoger beroep stelde het College dat de vakantieregeling in het onderwijs anders is dan het reguliere vakantierecht en dat het ontbreken van een compensatieregeling geen ongelijke behandeling inhoudt. De Centrale Raad van Beroep toetste de kwestie aan nationale en Europese wetgeving, waaronder richtlijnen 76/207 en 92/85, en concludeerde dat de regeling in het onderwijs inhoudt dat vakantie wordt genoten tijdens de schoolvakanties, zonder recht op extra vakantiedagen.
De Raad oordeelde dat het ontbreken van een compensatieregeling geen verlies van rechten betekent, maar het ontbreken van een voordeel. Dit kan niet worden aangemerkt als verboden discriminatie. De eerdere uitspraak werd vernietigd en het beroep van het College ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van het College wordt ongegrond verklaard en het ontbreken van een compensatieregeling leidt niet tot verboden discriminatie.