ECLI:NL:CRVB:2001:AB1738
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- T. Hoogenboom
- W.M. Levelt-Overmars
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en vernietiging besluit AAW op grond van onvoldoende onderzoek
Het geschil betreft een besluit van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (appellant) waarbij de algehele arbeidsongeschiktheid van gedaagde op 3 augustus 1989 geheel en blijvend buiten aanmerking werd gelaten. De rechtbank Arnhem vernietigde dit besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De Raad overweegt dat het besluit gebaseerd is op verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek, waarbij onder meer is vastgesteld dat gedaagde door een hersenbeschadiging niet in staat is tot basaal sociaal functioneren. De Raad benadrukt dat toepassing van artikel 21 AAW Pro slechts kan plaatsvinden indien ondubbelzinnige indicaties bestaan voor volledige arbeidsongeschiktheid bij aanvang van de verzekering.
De Raad stelt vast dat het enkele bestaan van klachten niet voldoende is en dat ook feitelijke en arbeidskundige gegevens relevant zijn. Gedaagde voerde aan dat hij nog verdiencapaciteit had, onder andere door werkzaamheden als zelfstandige lasser in Libanon. De Raad acht dit echter niet doorslaggevend omdat deze werkzaamheden niet vergelijkbaar zijn met die in Nederland.
Verder concludeert de Raad dat de verzekeringsarts onvoldoende onderzoek heeft verricht naar ADL-afhankelijkheid en sociaal functioneren, waardoor het besluit onvoldoende is voorbereid. De Raad bevestigt de vernietiging van het besluit en veroordeelt appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van appellant wordt vernietigd en een nieuw besluit moet worden genomen met inachtneming van de overwegingen van de Raad.