ECLI:NL:CRVB:2001:AB1843
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vaststelling arbeidsongeschiktheid en toekenning AAW-uitkering per einde wachttijd
Het geschil betreft de weigering door het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) om gedaagde per 31 december 1993 een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) toe te kennen vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%.
De rechtbank Groningen had het besluit vernietigd omdat de arbeidskundige beoordeling was gebaseerd op functies uit het Functie Informatie Systeem (FIS) van augustus 1995, terwijl de beoordeling had moeten uitgaan van functies die op de datum in geding beschikbaar waren. Dit leidde tot onvoldoende concrete arbeidsmogelijkheden als grondslag.
De Raad oordeelt dat het op appellant rust om aannemelijk te maken dat de gebruikte functies op de datum in geding daadwerkelijk op de arbeidsmarkt bestonden. De primaire grief van appellant wordt verworpen omdat achteraf geselecteerde functies uit latere FIS-gegevens niet zonder meer als geldig kunnen worden beschouwd.
Wel wordt de subsidiaire grief van appellant gehonoreerd omdat hij in hoger beroep een nadere arbeidskundige onderbouwing heeft geleverd waaruit blijkt dat vrijwel alle functies ook op de datum in geding bestonden. De Raad volgt de rechtbank niet in haar oordeel over de medische grondslag en bevestigt dat de weigering van de AAW-uitkering op goede gronden berust.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd met uitzondering van de veroordeling tot proceskosten, en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de weigering van toekenning van een AAW-uitkering per 31 december 1993 op goede gronden berust en verklaart het beroep van appellant ongegrond.