ECLI:NL:CRVB:2001:AB2013
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Belanghebbendheid van school bij toekenning werkloosheidsuitkering aan leraar
Appellante, een onderwijsvereniging, maakte bezwaar tegen de toekenning van een werkloosheidsuitkering aan een leraar die wegens ernstige strafbare feiten was geschorst en van wie het dienstverband eindigde. De Minister van Onderwijs verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat alleen de leraar als belanghebbende werd gezien. De rechtbank bevestigde dit oordeel.
In hoger beroep stelde appellante dat zij wel degelijk een rechtstreeks belang heeft, omdat de kosten van de uitkering op grond van de Wet op het Voortgezet Onderwijs (artikel 96o WVO) in mindering worden gebracht op haar vergoeding. Hierdoor wordt zij financieel geraakt zonder invloed op de toekenning.
De Raad oordeelde dat appellante een voldoende actueel en concreet belang heeft bij het besluit, ongeacht of zij eigen risicodrager is of voorzieningen heeft getroffen via het Participatiefonds. De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de Minister opnieuw op het bezwaar moet beslissen met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast veroordeelde de Raad de Minister tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellante.
Uitkomst: De Raad oordeelt dat appellante als belanghebbende moet worden beschouwd en vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak, waarna de Minister opnieuw moet besluiten.