ECLI:NL:CRVB:2001:AB2834
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van sancties en boete wegens schending mededelingsplicht WW in overgangsperiode Wet BMTI
In deze zaak staat de beoordeling centraal van door appellant opgelegde sancties en boetes aan gedaagde wegens het niet volledig melden van werkzaamheden tijdens de WW-uitkering in de periode juni tot december 1996.
Gedaagde verrichtte werkzaamheden zonder deze volledig aan te geven, waardoor zij de mededelingsplicht schond. Appellant legde een sanctie op over de periode vóór 1 augustus 1996 en een boete over de periode daarna, waarbij het overgangsrecht van de Wet BMTI werd toegepast. De rechtbank vernietigde het besluit omdat zij oordeelde dat het opleggen van zowel sanctie als boete voor dezelfde gedraging een dubbele straf vormde en in strijd was met het evenredigheidsbeginsel.
De Centrale Raad van Beroep volgt appellant en oordeelt dat het onderscheid tussen gedragingen vóór en na de invoering van de Wet BMTI terecht is, omdat het overgangsrecht dit vereist. De Raad stelt dat de gedragingen zich lenen voor een splitsing in twee perioden met elk hun eigen sanctieregime. Ook wijst de Raad het analoog toepassen van strafrechtelijke regels af, omdat de gedragingen vóór 1 augustus 1996 niet strafrechtelijk waren.
De Raad bevestigt dat appellant bevoegd is een sanctie op te leggen voor gedragingen vóór 1 augustus 1996 en een boete voor gedragingen daarna, mits deze niet disproportioneel zijn. De Raad vernietigt het boetebesluit en beveelt een nieuw besluit op bezwaar, waarbij rekening wordt gehouden met de matiging wegens verminderde verwijtbaarheid. Tevens veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De Raad bevestigt de vernietiging van de sanctie en terugvordering en vernietigt de boete, met opdracht tot nieuw besluit en veroordeling in proceskosten.