ECLI:NL:CRVB:2001:AB2841
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H. Bolt
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en passende functies bij AAW/WAO-uitkering
Gedaagde viel op 22 mei 1995 uit wegens rugklachten en ontving na ziektewetuitkering een AAW/WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35-45%, later verhoogd naar 45-55%. De rechtbank vernietigde het besluit tot toekenning van de hogere mate van arbeidsongeschiktheid omdat zij vond dat de voorgehouden functies niet passend waren vanwege onvoldoende afwisseling tussen zitten, staan en lopen.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat de medische beperkingen juist zijn vastgesteld en dat de functies, waarbij maximaal één uur aaneengesloten gezeten wordt met daarna afwisseling in houding, binnen de belastbaarheid van gedaagde vallen. De Raad acht de functies passend en wijst het beroep van gedaagde af.
De Raad overweegt dat de eerdere jurisprudentie, waarin minder ruimte werd gelaten voor functies met zittend werk, niet meer wordt gevolgd. De mate van arbeidsongeschiktheid van 48% is correct berekend op basis van de mediane loonwaarde van de passende functies. Het bestreden besluit blijft in stand en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze het besluit vernietigde.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep van gedaagde ongegrond en bevestigt de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 45-55%.