ECLI:NL:CRVB:2001:AB2869
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H. Bolt
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep en ongegrondverklaring beroep inzake herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering
Appellant betwistte de herziening van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkeringen door het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv), waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op 80 tot 100% met ingang van 8 januari 1996. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
Tijdens de procedure verving het Lisv het oorspronkelijke besluit door een nieuw besluit met een gewijzigde ingangsdatum van 29 december 1995, conform de Wet afschaffing malus en bevordering reïntegratie (Wet Amber). De Raad stelde vast dat appellant geen belang meer had bij het hoger beroep omdat het nieuwe besluit het eerdere verving en appellant geen schadevergoeding had gevraagd.
De Raad oordeelde dat de Wet Amber niet terugwerkende kracht heeft en dat de ingangsdatum van de herziening terecht op 29 december 1995 is gesteld. Appellant bracht geen objectieve medische gegevens aan die een eerdere toename van arbeidsongeschiktheid konden aantonen. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond.
De Raad veroordeelde het Lisv tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht van appellant. De uitspraak bevestigt de rechtsgeldigheid van de herziening en de toepassing van de Wet Amber zonder terugwerkende kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het vervangende herzieningsbesluit ongegrond.