ECLI:NL:CRVB:2001:AB3335
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging leeftijdsgrens bij pensioenberekening geen leeftijdsdiscriminatie
Appellant betwistte dat de ambtelijke diensttijd vervuld tussen 1 augustus 1987 en 1 september 1989 meetelt voor pensioen vanwege de leeftijdsgrens van 25 jaar in de destijds geldende Algemene burgerlijke pensioenwet. Hij stelde dat deze leeftijdsgrens leeftijdsdiscriminatie inhoudt, verboden volgens artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten.
De Raad voor de Rechtspraak, handelend in hoger beroep tegen de uitspraak van de Arrondissementsrechtbank 's-Gravenhage, onderschreef de eerdere overwegingen dat de leeftijdsgrens redelijke en objectieve rechtvaardigingsgronden kent. Deze grens was ingevoerd om de collectieve lasten te beperken en past binnen de pensioensystematiek waarbij een pensioen in 40 dienstjaren wordt opgebouwd met een gebruikelijke pensioneringsleeftijd van 65 jaar.
De Raad benadrukte dat het feit dat de leeftijdsgrens in 1994 werd afgeschaft, niet afdoet aan de rechtmatigheid van de grens in de relevante periode. Ook wees de Raad op het feit dat dergelijke restricties nog steeds in vele pensioenregelingen worden gehanteerd. De Raad wees het beroep af en bevestigde het bestreden besluit dat de diensttijd van appellant niet meetelt voor pensioen.
Ten slotte wees de Raad een vergoeding van proceskosten af op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Kasdorp en leden Stevens en Doornewaard op 19 juli 2001.
Uitkomst: De leeftijdsgrens van 25 jaar voor meetellen van ambtelijke diensttijd bij pensioen wordt bevestigd en niet als verboden leeftijdsdiscriminatie aangemerkt.