ECLI:NL:CRVB:2001:AD3420
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- Ch. De Vrey
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en beleid bij aanvraag bijzondere bijstand tijdens detentie
Het geschil betreft de aanvraag van bijzondere bijstand door gedaagde voor de kosten van het aanhouden van haar huurwoning tijdens haar detentie van 17 februari 1998 tot 15 oktober 1998. De aanvraag werd op 28 april 1998 ingediend, buiten de door appellant gehanteerde termijn van 14 dagen na aanvang van de detentie.
Appellant, het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder, wees de aanvraag af op grond van een beleidsregel die binnen 14 dagen na detentie een aanvraag vereist. De rechtbank vernietigde dit besluit, stellende dat de wet geen termijn voorschrijft en het besluit strijdig is met de Algemene bijstandswet (Abw).
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het beleid van appellant in strijd is met artikel 11 van Pro de Abw, omdat burgemeester en wethouders slechts bevoegd zijn bij acute noodsituaties bijstand te verlenen buiten de wet. In casu is geen acute noodsituatie vastgesteld, mede gelet op het feit dat gedaagde alleenstaand was en haar minderjarige kinderen uit huis geplaatst waren.
De Raad concludeert dat appellant niet bevoegd was om de aanvraag op grond van artikel 11 Abw Pro toe te wijzen, maar het bestreden besluit is in overeenstemming met het buitenwettelijke beleid genomen. De vernietiging door de rechtbank wordt daarom teruggedraaid en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot weigering van bijzondere bijstand blijft in stand.